Betrek leerlingen bij het kiezen van lessen voor extra ondersteuning of verdieping

Een blog van Gerrald van Beek, docent economie en onderwijsadviseur bij de Somtoday Academie.

“Nee hè meneer, niet weer een luisteroefening. Ik weet het allang.” “Mevrouw, ik begrijp nog steeds niet hoe je die hoek berekent.” Zomaar wat alledaagse uitspraken die je als docent ongetwijfeld herkent. Een klas vol pubers: waar de één de lesstof al begrijpt, heeft de ander hier grote moeite mee. Hoe houd je oog voor beide uitersten? Waar de één behoefte heeft aan ondersteuning, heeft de ander vooral baat bij verdieping. Kortom: hoe houd je alle kikkers in de kruiwagen?

Om iedereen betrokken te houden, ligt het voor de hand om te differentiëren. Docenten differentiëren als zij bewust tegemoetkomen aan verschillen tussen leerlingen in niveau, verwerkingssnelheid, leerprofiel (voorkeur van opdrachten) en houding ten opzichte van leren (Tomlinson et al. 2003).

Dat lijkt makkelijker gezegd dan gedaan. Je kunt jezelf niet opdelen en bij een volle klas betekent dit al snel dat niet iedereen de aandacht krijgt die hij of zij verdient. In deze blog wil ik ingaan op de verschillen in niveau.

Volgen alle leerlingen al het lesaanbod?
Om de verschillen in niveau goed van elkaar te onderscheiden, is het van belang dat je als team of jaarlaag hierover dezelfde ideeën hebt. Bespreek in team- of sectieverband of echt al het lesaanbod door alle leerlingen gevolgd moet worden. Neem als voorbeeld de leesoefeningen bij Engels. Er zijn leerlingen die dagelijks via gamerooms in het Engels communiceren. Of wat te denken van de turnoefeningen bij gym voor leerlingen die wekelijks bij de plaatselijke vereniging turnen? Zou het niet goed zijn dat deze leerlingen juist de vakken/vakonderdelen volgen waar ze moeite mee hebben (ondersteuning)? Of aantrekkelijke verdiepingsmodules volgen voor vakken waar ze moeite mee hebben?

Vervolgens komt de vraag: hoe bepaal je welke leerlingen ondersteuning dan wel verdiepingslessen mogen volgen? Zijn hierin de cijfers van de vakken leidend, kunnen leerlingen dit zelf inschatten of heeft de docent hierin een belangrijke rol? Het indelen van leerlingen voor ondersteuning of verdieping zonder henzelf hierin te betrekken heeft weinig zin: de kans bestaat dat de motivatie nog lager is dan tijdens de reguliere lessen.

Motivatiebron
Als een leerling slecht presteert en mogelijk dus baat heeft bij ondersteuningslessen, is de motivatiebron anders dan bij een leerling die wil verdiepen. In de taal van het Attention, Relevance, Confidence, Satisfaction (ARCS)-model van John Keller: een leerling met veel moeite met de Engelse taal is vooral gebaat bij vertrouwen en voldoening. Je moet de lessen laagdrempelig aanbieden, succeservaringen geven en de leerling serieus nemen. De leerling die voor verdieping gaat, heeft veel meer baat bij een stukje relevantie. Het is bij deze groep leerlingen minder noodzakelijk om vooral in te zetten op vertrouwen. Juist de uitdaging is een belangrijke voedingsbron voor motivatie.

Hoe ga jij om met deze verschillen in de klas? Zou jij leerlingen effectiever willen sturen? Binnen Somtoday is het mogelijk om gebruik te maken van keuzewerktijd (kwt); een goede mogelijkheid om (bij) te sturen in de verschillen die er zijn. Graag helpen we je verder om te kijken hoe dit toegepast zou kunnen worden binnen jouw school of team. Bijvoorbeeld met de trainingen Effectief bijsturen van leerlingen en Motivatie van leerlingen verhogen.

Gerrald van Beek
Onderwijsadviseur, docent economie

 

 

Meer nieuws en updates